Dieet en ziektes

Dieet is een aangepaste voeding die nodig is voor lijders aan bepaalde aandoeningen of voor mensen die van bepaalde ziekten herstellen. Dergelijke worden bijvoorbeeld toegepast bij de behandeling van suikerziekte, vetzucht of hypercholesterolemie (verhoogd cholesterolgehalte van het bloed). , waarbij een bepaalde voedingsstof of component wordt weggelaten of toegevoegd, vervullen een functie bij het opsporen van de oorzaak van een ziekte.

Therapeutische diëten.

In sommige gevallen is het dieet slechts een aanvulling op de behandeling. Vaker vormt het een integraal deel ervan en kan het niet houden van het dieet leiden tot ziekte en zelfs de dood.

Het dieet van een suikerpatiënt dient geen voedingsmiddelen te bevatten waaruit gemakkelijk enkelvoudige suikers kunnen worden opgenomen, maar wel, in beperkte hoeveelheden, voedsel met complexe suikers (koolhydraten), zoals volkorenbrood of volkorenvlokken, en zetmeel bevattend voedsel als aardappelen en rijst. Op deze manier wordt bereikt dat het suikergehalte in het bloed op een redelijk constant niveau blijft. Diabetici (suikerpatiënten) dienen ook minder dierlijke vetten te eten.

Diëten met een laag eiwitgehalte (zowel plantaardig als dierlijk) worden ook voorgeschreven bij ziekten van lever en nieren, terwijl diëten met extra veel eiwitten worden geadviseerd aan patiënten die extra versterking nodig hebben, zoals kankerpatiënten, bij mensen die lijden aan ondervoeding of die een operatie hebben ondergaan. Bij nierziekten kan een beperking van de zoutconsumptie nodig zijn; evenals wanneer vocht wordt vastgehouden (oedeem), bij bepaalde hartziekten en bij verhoogde bloeddruk (hypertensie). Vervangingsmiddelen voor zout mogen alleen worden gebruikt op doktersadvies.

Patiënten met nierstenen krijgen wel een dieet met weinig calcium, evenals patiënten met hoge calciumbloedspiegels als gevolg van bijvoorbeeld hormoonstoornissen.

De dieetpatiënt krijgt thuis een lijst met de voedingsmiddelen die in het algemeen vermeld staan als eenheden. De patiënt mag per dag een bepaald aantal eenheden niet overschrijden (of moet een bepaald aantal eenheden per dag halen). Na enige oefening en met behulp van in de winkel verkrijgbare dieetboekjes zal men er bedreven in raken om gevarieerde en smakelijke menu’s uit te kiezen die toch aan de richtlijnen van het dieet voldoen.

.

Bij sommige ziekten kan het lichaam een bepaalde substantie of voedingsstof niet verwerken, zodat het dieet moet worden aangepast om deze stof te vermijden. Zo is coeliakie een van de darm voor gluten, het eiwit van tarwe. Bij veronachtzaming kan een chronische diarree, gepaard gaand met ondervoeding optreden, maar een glutenvrij dieet, waarbij alle tarwe-, rijst-, haver- en gerstprodukten worden gemeden, leidt tot genezing. Hetzelfde dieet wordt soms voorgeschreven aan patiënten met de huidaandoening dermatitis herpetiformis. Kinderen met de aangeboren aandoening fenylketonurie (PKU) zijn niet in staat tot de chemische omzetting van het aminozuur fenylalanine. Alle baby’s worden binnen enkele dagen na de geboorte op deze aandoening onderzocht middels een analyse na bloedafname, de zogeheten hielprik (Guthrietest). Als deze test positief uitvalt, is vanaf dat moment een dieet met weinig fenylalanine nodig.

Bij een zogenoemd hoogvezelig dieet wordt voedsel met geraffineerde koolhydraten, zoals witbrood, witte bloem en witte rijst vervangen door voedsel met ‘ingewikkelde’ koolhydraten, zoals volkorenbrood, bloem, en pasta. Andere voedingsstoffen met veel vezels, zoals bonen, peulvruchten en linzen komen daar ook bij. Ook kunnen losse, onverwerkte zemelen worden toegevoegd. Zo’n dieet wordt voorgeschreven bij obstipatie, spastisch colon, aambeien en de ziekte van Crohn of colitis ulcerosa in een rustig stadium.

Diagnostische diëten.

Speciaal in geval van allergieën kunnen dieet aanpassingen helpen de oorzaak op te sporen en daarmee tegelijkertijd de klachten te verminderen of zelfs te genezen. Hiermee wordt het diagnostische dieet tevens een therapeutisch dieet.

Zo past men het vetbalans dieet toe om het vermogen van het lichaam vet op te nemen te bepalen. Het bestaat uit het gedurende vijf dagen volgen van een dieet met een constant vetgehalte, meestal 70 gram. Dit dieet heeft een aanloopperiode van 2 dagen. Na de vijfde dag wordt drie dagen lang de ontlasting verzameld voor analyse. Als de hoeveelheid uitgescheiden vet meer dan 6 gram per dag bedraagt, moeten maatregelen worden getroffen.

Meer dan 6 gram vetuitscheiding betekent dat er een resorptiestoornis in de darm is, of een aandoening van de lever.

Soms kan men door het weglaten van een bepaald voedingsmiddel zelf bepalen of er allergie voor bijvoorbeeld aardbeien of schaaldieren bestaat. Met zulke specifieke voedingsmiddelen is dit naar verhouding eenvoudig. Maar met de vele kleurstoffen, conserveringsmiddelen, smaakstoffen en andere chemische stoffen die aan modern verwerkte voedingsmiddelen worden toegevoegd en de vaak slechte etikettering van verpakte voedingsmiddelen, is de eventuele oorzaak van een allergie soms moeilijk op te sporen. Onder zulke omstandigheden kan de diëtist de helpende hand bieden.

In sommige landen is een voedingsbestanddelen analyse verplicht op de verpakking van elk product. Reform-artikelen zijn meestal vrij van kleuren smaakstoffen. De beste remedie op de lange termijn is echter het aankweken van het besef bij fabrikanten en handelaren dat de consument zich bewust bezighoudt met wat hij consumeert en met de vraag of het wel gezond is.